Gebruik je verleden als springplank, niet als hangmat

Er is een kort, lastig te gebruiken woordje.

er vijftigenmeerWe kennen twee manieren om het woordje ‘er’ te gebruiken. Meestal gebruiken we het zonder systeem. Eigenlijk voelen we feilloos aan hoe en wanneer we dit woordje moet inzetten. Wat zijn de regels?

 

Er

1. Als voorlopig onderwerp. Bijvoorbeeld: Er wordt veel sneeuw (onderwerp) verwacht. Worden er veel mensen (onderwerp) verwacht? Mensen die Nederlands moeten leren vinden dit moeilijk te begrijpen.
2. De er bij werkwoorden met een prepositie: dit vervangt dus een deel van de zin. Horen van, feliciteren met bijvoorbeeld. Jij feliciteert me met mijn dienstjubileum / je feliciteert me ermee.
3. In combinatie met een voorzetsel. Heb je al met het nieuwe doucheschuim gewassen? Ja ik heb er al mee gedoucht.

vijftigenmeer

Best lastig

4. Als plaatsaanduiding. Het hotel lag niet aan het spoor. Het is niet mogelijk om er met het openbaar vervoer te komen. Ik werk er al drie jaar. 
5. In passieve zinnen zonder een echt onderwerp. Op deze plek of daar.  Er valt een stilte. Er wordt weinig gesproken. 
6. In combinatie met een telwoord: Wij hebben twee deuren gekocht – Wij hebben ..  twee gekocht. 

Weglaten of niet

weglaten of niet

‘Tachtig jaar geleden kwam een eind aan de Spaanse Burgeroorlog’. Hier kan het woord ‘er’ niet worden weggelaten. Is het gevoel, is het smaak of is het ergens op gebaseerd? Soms zou het wel kunnen maar het blijft schuren.  Is het Nederlands dan echt lastig om te leren?  Dat ligt een beetje aan welke taal je moedertaal is. Bij Arabisch, Turks, Chinees of Somalisch is het Nederlands heel moeilijk te leren. Tussen deze talen en de onze, zitten grote verschillen.  Als je Engels of Duits georiënteerd bent (Germaanse talen) is het niet zo moeilijk.  De Nederlandse taal heeft veel woorden uit verschillende talen geleend, waaronder Italiaans, Frans, Engels en Duits.

Moeilijk en makkelijk

grammatica

Wat is nog meer lastig om te leren. Nou ja de lidwoorden; de en het. (de vork, het mes). Daarbij is de woordvolgorde ook een uitdaging. ‘ik rust morgen’ (onderwerp vóór persoonsvorm), ‘morgen rust ik’ (onderwerp ná persoonsvorm) en ‘omdat ik morgen rust’ (persoonsvorm helemaal achteraan). Bij elke zin moet je bliksemsnel die ene juiste volgorde kiezen – en ook nog vooraf. Maar gelukkig kennen we geen naamvallen, weinig verschillende werkwoordsvormen (bijvoorbeeld: voltooid deelwoord, gebiedende wijs) en best wel regelmatige meervouden.  Vaak schrijven we de meervoudsvorm van een zelfstandig naamwoord zoals we hem uitspreken: met de uitgang* (doorgaans -en, -n, -s) aan het woord vast. Maar daar een andere keer verder over uitgeweid.

 

3 reacties

  1. bertiebo

    Ha, leuk om te lezen. Ik heb jaren les gegeven aan Turken en Marokkanen. Ik zou moeiteloos een lijst kunnen maken van dingen waarvan ik denk: hoe moet je dat uitleggen. Is het wel uit te leggen? Aan het woordje er had ik niet gedacht trouwens.

  2. Mevrouw Niekje

    Ik heb een aantal studenten uit Eritrea, zij volgen NT2 omdat zij Nederlands erg moeilijk vinden en de ‘gewone’ lessen om niveau 2F te behalen nog niet kunnen volgen.

  3. Suuz

    Als je ‘er’ vervangt door ‘daar’, dan wordt het een wat formeel klinkend gebeuren, maar dat dekt wel vaak de lading. Daarmee wordt het ook duidelijker waarom je het gebruikt.

    In andere talen heb je nog veel meer van dit soort woorden, dus dat mensen die NL moeten leren het er (daar) moeilijk mee hebben, tja. Elke taal heeft z’n hobbels.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2021 Vijftigenmeer

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑